Lichaamstypes; van amoebe tot mens

Kijken naar het lichaam: endomorf, mesomorf en ectomorf

Als je als masseur of massagetherapeut een cliënt in je praktijk krijgt, dan brengt die niet alleen informatie met zichzelf mee door te vertellen. Direct nemen we ook informatie op over hoe iemand eruit ziet, wat zijn uitstraling is, etc. Dit kan allemaal hele waardevolle informatie zijn om tijdens je behandelingen te gebruiken. Hoe helderder het gehele ‘plaatje’, hoe doeltreffender je te werk kan gaan met je interventie. Uiteindelijk wil je je cliënt zo snel mogelijk weer zodanig op de rails krijgen, dat hijzelf het heft weer in handen kan nemen.

Als je kijkt naar iemand, heb je inderdaad al snel een gevoel van de soort energie die om deze persoon heen hangt; zijn of haar uitstraling. Maar er is meer om naar te kijken, zoals de lichaamsbouw. Hoe is iemand gebouwd en wat voor associaties levert jou dat op? Iemand met gebogen schouders kan bijvoorbeeld het beeld geven van een persoon die een zware last draagt. Het verhaal wat hij vertelt bevestigt mogelijk deze waarneming. En zo niet, dan heb je in ieder geval de mogelijkheid om zoiets subtiel te verifiëren. Zit je niet op het goede spoor, dan laat je dat weer los. Het zijn mogelijkheden, geen vaststaande feiten. Bovendien heeft zo’n last voor iedereen weer een eigen aard en kleur. Dus met die ene waarneming ben je er nog niet. Maar alles wat helpt om dichter bij je cliënt te komen en deze zich bewust te laten worden van wat er zoal is, is een bruikbaar hulpmiddel in je interventie.

Karakterstructuren

Reich en Lowen zijn de grondleggers van de karakterstructuren, waarvan er vijf of meer te onderscheiden zijn. Wij beperken ons tot de indeling in vijf karakterstructuren, de schizoïde, de orale, de psychopathische, de masochistische en de rigide karakterstructuur. Het basisidee is dat de mens zich in zijn ontwikkeling volgens bepaalde defensiemechanismen kan vormen. Om zich te beschermen tegen psychologische pijn neemt het lichaam een defensief patroon aan. De chronische spierspanning in het lichaam die veroorzaakt wordt door het zich pantseren tegen die pijn, zet zich vast en is daarom in het volwassen lichaam herkenbaar aan een specifieke lichaamshouding. Soms zie je dat heel duidelijk, als één van de karakterstructuren er heel duidelijk bovenuit springt. Soms is het lastiger te zien, als iemand veel van diverse karakterstructuren in zich heeft.

Een ander, wat eenvoudiger, model om te gebruiken als je naar het lichaam en de houding en bouw daarvan kijkt, is de indeling in endo-, meso en ectomorf. Ook hier is het interessant in hoeverre je, wat je ziet, naar een verwacht karakter van iemand kunt vertalen en in het vervolg daarvan naar een passende, effectieve interventie. Ook weer met het doel in iemand in zo’n kort mogelijke tijd te helpen zichzelf te herkennen en te erkennen.

Amoebe en de mens

Als we naar de evolutie kijken, dan begint het dierlijke leven op aarde met de eencellige, de amoebe. Dit was de allereerste dierlijke levensvorm. De amoebe eet voedsel dat toevallig langskomt. Hij is niet of nauwelijks in staat zich actief naar voedsel te bewegen, maar als voedsel langskomt, kan hij zodanig van vorm veranderen, dat hij het voedsel insluit en op kan nemen. Dit noemen we een endomorfe levensvorm. De volgende stap in de evolutie was iets gaan ontwikkelen, zodat het mogelijk werd zich naar het voedsel toe te bewegen. Er werd een bewegingsstelsel aangelegd; de mesomorfe levensvorm. Een weer daarop volgende stap in de evolutie was de aanleg van het denkvermogen, zodat er niet alleen naar het voedsel toe bewogen kon worden, maar door middel van het denkvermogen de voedselbeschikbaarheid en variëteit ervan toe kon nemen. Dat is de ectomorfe levensvorm.

In de lichaamsbouw van mensen vind je ook deze drie typen terug:

De Bourgondier, de Denker en de Atleet

Het endomorfe type is gericht op voedsel, op nemen, op gevoed worden. Dit is de persoon die alles wat er is tot zich moet nemen (letterlijk en figuurlijk), de bourgondiër. Deze persoon trekt ook alles naar zich toe.Het mesomorfe type is gericht op doen; deze persoon moet het voelen en ervaren. Hij is het sportieve type, moet altijd bezig zijn.Het ectomorfe type is gericht op denken, cognitieve voeding; deze persoon moet het kunnen begrijpen. Dit is de denker, de schaker, de creatieve geest, het hoofd vormt het middelpunt van het lichaam.

Wil je dit in therapie gebruiken, dan is de uitnodiging voor het endomorfe type om hem te laten voelen. Met het mesomorfe type moet je iets doen, bewegen (oefeningen, rekken, strekken). Het ectomorfe type mag je begeleiden in deze persoon uit zijn hoofd te halen.

Het is een ander model dan dat van de karakterstructuren, het gaat om andere ‘hokjes’ en is wellicht een iets makkelijker en bruikbaarder model.

Friends

Om te oefenen, zowel in karakterstructuren als in dit model, kun je naar de personages in je favoriete serie kijken (goede voorbeelden zijn Friends of Divorce, maar eigenlijk is elke serie geschikt). Daar zijn beslist alle typen in terug te vinden en dan kun je ook zien hoe dat inwerkt op de interactie met andere typen.

De juiste werkplek en het 5 x W-model

Een goed ingerichte werkplek begint bij het instellen van de stoel. De stoel biedt de werknemer de gehele dag ondersteuning.

De zithoogte
– Zet de voeten plat op grond of op een voetensteun. De voetensteun alleen als het bureau niet verlaagd kan worden, zodat de stoel hoger moet worden ingesteld en de voeten niet plat op de grond kunnen staan. Een voetensteun beperkt n.l. in bewegingsvrijheid.
– Zorg dat de hoek tussen boven- en onderbeen ca. 90 graden is. De bovenbenen en knieën mogen niet afknellen, bij een hoek van 90 graden is dit nooit het geval.

De rugleuning
– Het onderste deel van de rug moet gesteund worden door de rugleuning, dit is voor de werknemer ter hoogte van de broekriem.

De armleuning
– De bovenarmen dienen ontspannen langs het lichaam te hangen, de ellebogen dienen in een hoek van ca. 90 graden nog net de armleggers te raken.

Op het moment dat de stoel goed is ingesteld schuift de werknemer aan het bureau.
Het bureau
– De hoogte van de armleuning van de stoel moet gelijk zijn aan de hoogte van het bureau. Is dit niet het geval pas dan de bureauhoogte aan, als dit niet mogelijk is pas dan de stoelhoogte aan en maak indien nodig gebruik van een voetensteun.

Beeldscherm
– Ga recht voor het beeldscherm zitten.
– Het beeldscherm moet 50 a 70 cm van uw ogen afstaan, afhankelijk van de grootte van uw beeldscherm. Dit is een armlengte afstand.
– Zorg dat de bovenzijde van het beeldscherm op ooghoogte staat.
– Gebruik eventueel een verhoging om het beeldscherm op de goede hoogte te krijgen.

Toetsenbord
– Ga recht voor het toetsenbord zitten en plaats het toetsenbord ongeveer 8 a 10 cm van de rand van het werkblad.
– Probeer tijdens het typen uw polsen recht te houden. Voorkom dat de pols te ver naar achteren buigt waardoor klachten kunnen ontstaan. Laat de polsen/handen tijdens het typen zweven boven het toetsenbord.

Documenthouder
– Als u lang achtereen gegevens moet invoeren kunt u beter een documenthouder gebruiken, om tekst op papier op dezelfde ooghoogte te plaatsen als het beeldscherm. Dat is minder belastend voor nek en schouder

Veilig muizen
– Leg de muis dichtbij het lichaam (rand van het bureau) en naast het toetsenbord.
– Wees terughoudend met het gebruik van de muis met de andere hand. Dat geldt zeker als je last hebt van RSI klachten. Bij veel mensen zijn hierdoor binnen korte tijd RSI klachten aan beide kanten ontstaan.
– Houd de muis in de hand in het verlengde van de onderarm, buig de pols niet achterover of naar links of rechts.
– Voor kleine muisbewegingen moet de onderarm worden ondersteund door het tafelblad of door een armsteun.
– Maak grotere bewegingen met de muis vanuit de elleboog en niet vanuit de pols.
– Laat de zijkant van de handpalm op de muismat rusten. Hierbij zorgt een ergonomische muis voor de meest natuurlijke stand van de hand en pols. Leg de muis voor in de hand en laat de vingers ontspannen op de muisknoppen rusten.
– Zorg voor een goede instelling van de muissnelheid. Als meerdere muisbewegingen nodig zijn om de cursor over het beeldscherm te bewegen dan is de muis te langzaam ingesteld. Staat de muis te snel ingesteld, dan schiet de cursor zelfs met een kleine beweging al over het doel heen.
– Een goede muismat is niet te glad en niet te stroef. Een muismat zorgt voor een afgebakend gebied, zodat de muis niet gaat lopen en u recht blijft zitten.
– Vermijdt het muizen, door gebruik te maken van de functietoetsen. Laat bij gebruik van het toetsenbord de vingers op de toetsen rusten

Binnenklimaat
– Geen storende geluiden. Hinderlijk geluid kan zorgen voor problemen bij de concentratie.
– Goede verlichting. Een verkeerde verlichting kan hinderlijke spiegeling in het beeldscherm veroorzaken
– Een juiste temperatuur. Te warm kan zorgen voor uitdroging.

Preventieve tips

Het 5xW-model

Werktaken: zorg voor afwisseling.
Werktijden: pauzes; grote, kleine en micropauzes.
De kans op klachten neemt evenredig toe met het aantal uren dat per dag achter de computer wordt doorgebracht. Vandaar dat aan het nemen van pauzes tijdens beeldschermwerk een aantal wettelijke regels zijn gebonden.
– Na elke twee uur behoort een pauze ingelast te worden. Na twee uur beeldschermwerk moet een pauze volgen van tien minuten.
– Per dag mag niet meer dan zes uur achter een beeldschermwerk worden gewerkt. Dit geldt inclusief de bezigheden op de computer thuis.
– Voor laptops en notebooks geldt een limiet van twee uur per dag.
Werkdruk: prioriteiten stellen
Werkplek:(zie ergonomisch verantwoorde en veilige werkplek)
Werkhouding: gaat over een ergonomisch verantwoorde werkplek maar het gaat ook over omgaan met werkdruk, tijdig stoppen, kunnen delegeren en goed samenwerken met collega’s, het voelen van voldoende waardering, zekerheid, voldoening, status en zelfontplooiing.
Tips voor gezond werken met de computer
1. leer op de juiste manier zitten (zie ergonomisch verantwoorde en veilige werkplek)
2. gebruik zo weinig mogelijk je muis, gebruik sneltoesten. Dit zorgt ervoor dat je, je pols en onderarm minder eenzijdig belast.
3. laat je armen rusten op het moment dat je de muis niet gebruikt. Wanneer je, je hand op de muis laat rusten blijft er een bepaalde spanning in de arm aanwezig, wat het moment rust en herstel dan beperkt.
4. leer typen. Rare houdingen van de handen en onnodig hard op de toetsen neerkomen zijn belastend voor je armen en vingers.
5. zorg voor rustmomenten, op het moment dat je rust neemt ontspannen je spieren en neemt de bloedtoevoer toe.
6. stel je computer in, instellen op lettertype en grootte. Op deze manier voorkom je dat je naar het scherm moet buigen om de tekst te kunnen lezen.
7. zorg voor een goede inrichting van je werkplek (zie ergonomisch verantwoorde en veilige werkplek)
8. zorg voor afwisselend werk, afwisselend werk zorgt ervoor dat je niet de hele dag achter het beeldscherm zit. Zorg voor balans tussen moeilijke uitdagende taken en gemakkelijke taken.
9. pijn is een signaal, negeer het niet. Pijn geeft aan dat er iets niet goed gaat in het lichaam. Negeren van pijn kan tot meer pijn leiden.
10. bewegen, lichaamsbeweging brengt de bloedsomloop op gang.
11. veel drinken, het drinken van 2 liter water per dag is het absolute minimum voor een volwassenen. Water is nodig om afvalstoffen uit het lichaam af te voeren.