Altijd naar het hart toe masseren??

In veel cursussen en opleidingen hoor je menigeen de stelling uiten dat je “altijd naar het hart TOE moet masseren”. “Heel belangrijk!” “Gevaarlijk om van het hart af te masseren.” Een hobby van mij is om dan te vragen: waarom? Waarom MOET je altijd naar het hart toe masseren? Wat ik zo leuk vind aan deze vraag zijn de reacties.

Bij een aantal mensen zie je een verwondering ontstaan: “tja waarom eigenlijk?” Ze hebben er nooit een moment bij stil gestaan dat het ook een vraag kan zijn.

De aarde is rond!

De meeste kennis die we bezitten is door geleerden ontdekt of ontwikkeld. Zo zou ik er persoonlijk nooit achter gekomen zijn dat de aarde rond is. Rond? Waar dan? Ik zie alleen maar plat en een zon die in de zee verdwijnt. We weten van alles omdat we het aangenomen hebben en dat scheelt een hoop tijd en moeite. Ik was altijd wat nieuwsgieriger dus ik moest van alles zelf ontdekken. Bijvoorbeeld dat gebakken drop niet smaakt (en dat het bakken je moeders pan verknoeit).

Je moet ALTIJD naar het hart toe masseren! Andere studenten gaan nadenken en komen met “dat het iets met de stuwing naar het hart of de kleppen” te maken moet hebben? Afvalstoffen worden er ook bijgehaald. Maar worden afvalstoffen dan niet afgevoerd als je van het hart afstrijkt? Gaan de kleppen kapot als je tegen de richting in masseert? Welke richting eigenlijk, het is toch een omloop, een gesloten circuit? Tja daar wordt het al moeilijker.

Let wel, ik ben hier niet bezig om hooghartig te doen. Ik heb niet gezegd dat ik het antwoord weet. Nee, de hobby zit in het feit dat mensen een stelling in hun hersenen meedragen die ze nooit bekeken hebben: Water is nat en je MOET ALTIJD NAAR HET HART TOE masseren! Punt.

Hart is geen pomp

Voor dit artikel heb ik nog even op Google gezocht om te kijken wat de onderbouwing is van deze stelling. Je komt er niet achter. Er wordt wel veelvuldig geschreven dat het echt heel belangrijk is maar waarom? Nee dat wordt niet vermeld. Het lijkt wel een wetmatigheid die al vroeg in het begin door de oude meesters is opgesteld. Misschien wel door Per Henrik Ling himself, de grondlegger van de Klassieke (Westerse) massage.

Nu wees Jaap van der Wal me dit weekend op een onderzoek van Branko Furst. Hij claimt dat het hart helemaal geen pomp is! Het hart pompt geen bloed rond! Volgens zijn stelling zorgen de capillairen voor een bewegende bloedstroom.

Dus moet je altijd naar het hart toe masseren? Tja, misschien bedoelde de oude Ling het wel anders. Ling studeerde naast massage ook Noordse mythologie en Goethe. Misschien bedoelde hij het wel metafysisch: Je moet altijd contact met het hart maken als je masseert. Masseer altijd naar het hart toe! Opdat er een diep contact ontstaat. Een ‘meer dan alleen aaien’ maar een moment van (samen)zijn. Een diep meningvol contact, van hart tot hart!

Dus, vooruit zegt het voort: masseer ALTIJD naar het HART toe!

Stefan van Rossum

Bronnen:
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5215277/

https://www.humanheartcosmicheart.com/The%20Heart,%20Pressure-Propulsion%20Pump%20or%20Organ%20of%20Impedance.pdf

Het jongetje onder de trap

Al vele jaren vertel ik in de les over het laserquest avontuur van mij en mijn neefjes. Hoog tijd om het verhaal eens op papier te zetten. Want het gaat niet alleen over een onbekend jochie. Het gaat over mij en over iedereen die zich hierin herkent.

Jaren geleden ging ik met mijn drie neefjes laserquesten. Je trekt dan een speciaal harnas over je romp aan. Daarop zitten lichtjes en sensoren die afgaan als er op geschoten wordt. Geladen met een lasergun moet je zoveel mogelijk anderen raken en zelf zo min mogelijk geraakt worden. Dit alles vindt plaats in een donkere ruimte met herrie, rook en zwaailichten.

Met twaalf andere rondspringende kinderen mochten we eindelijk de ruimte in. Het commando ‘niet rennen’ was aan dovemansoren besteed. Alle kids sprongen de donkere hal in om de beste plek te vinden waar je de vijand kon bestoken. Na 10 seconden ging er een bel en stonden de laserguns aan. Het spel was begonnen!

Vijftien minuten lang werd iedereen door elkaar beschoten. We renden, doken, sprongen en gilden door de ruimte heen alsof ons leven er vanaf hing. Iedereen had een bijnaam en op je pistool kon je zien wie je geraakt had of wie jou raakte. “Ah, weer Terminator. Wie is Terminator??”

Achter dozen of bovenaan de trap; alles is een mogelijke hinderlaag of een goede plek om anderen op te wachten.

Veel te snel ging de buzzer. Het spel was voorbij. Met bezwete, rode hoofden liepen we weer terug naar de ‘control room’. Daar kregen we de uitslag. En antwoord op de vragen: wie had er gewonnen en wie had wie het meest beschoten?

Alle kinderen waren oververhit en uitgelaten, op één na. Een jongetje kwam eruit zoals hij erin ging. Vol trots vertelde hij dat hij direct naast de ingang onder een trap is gaan zitten en daar de hele tijd heeft gewacht.

“Niemand heeft me geraakt. Helemaal niemand.” Het jochie had 0 punten. Terwijl de rest van de kids hele veldslagen hadden uitgevochten met elkaar, was dit jongetje ongedeerd gebleven. Geen enkele ontmoeting, geen enkel gevaar, geen enkele punt en geen enkele keer geraakt!

Gedurende het hele spel had het jongetje gewacht tot het over was. Zorgen dat het niet geraakt werd.

Tja dat raakte me wel. Ik ken namelijk ook zo’n jochie onder de trap die af en toe meer bedreigingen ziet dan kansen. Die nieuwe ontmoetingen uit de weg gaat. Die vanuit angst leeft. Dat bang is voor wat er allemaal fout kan gaan in plaats van ervaringen opdoen. Een kindje dat liever niet geraakt wordt of andere mensen raakt. Een jongetje onder de trap…

Massagetherapie heeft mij destijds geholpen om me bewust te worden van deze gevoelens en ook de diepe behoefte om aan te raken en geraakt te worden. Soms pijnlijk maar altijd ‘alive’.